De mensen in de Duitstalige Gemeenschap
 Photo P.-A. Massotte |
De inwoners van de Duitstalige Gemeenschap voelen zich als mensen in een Europees kerngebied met onbekommerde toegang tot vier verschillende landen (B, D, NL en L). Zij identificeren zich met de Duitse taal; via de media en door de dagelijkse grensoverschrijdende contacten hebben zijn nauwe betrekkingen met de Duitse culturele ruimte. Zij genieten tegelijkertijd van het onmiddellijke nabuurschap van de Walen en de Vlamingen en hun onbekommerde levensstijl.
De mensen zijn loyale Belgen, over het algemeen de monarchie genegen; zij voelen zich door de staat gerespecteerd sinds Duits als één van de drie officiële en grondwettelijke talen is erkend. De politieke autonomie als Duitstalige Gemeenschap heeft er sterk toe bijgedragen dat de Duitstalige bevolking zich als volwaardig bestanddeel van de Belgische staat beschouwt.
Taal
De inwoners bezigen meestal de Hoog-Duitse standaardtaal in de administraties, in de scholen, in het kerkleven en bij de sociale betrekkingen. Daarnaast spelen dialecten nog altijd een rol in de maatschappelijke betrekkingen:
- in het kanton Eupen: Neder-Frankisch en Rijn-Frankisch
- in het kanton St. Vith: Moesel-Frankisch en Rijn-Frankisch.
Een bevolkingsminderheid, hoofdzakelijk in de noordelijke gemeenten Kelmis, Lontzen en Eupen, spreekt Frans. Wegens het in België toegepaste territorialiteitsbeginsel zijn officiële onderzoeken die de verhouding tussen Duitstalige en Franstalige inwoners in cijfers zou weergeven, echter niet toegestaan.
Godsdienst
In de Duitstalige Gemeenschap is de bevolking grotendeels rooms-katholiek (3 decanaten met 32 parochies die tot het bisdom Luik behoren). Daarnaast bestaat er een kleine protestantse gemeente.
|