De samenwerking tussen de gemeenschappen en de internationale samenwerking
Volgens de Grondwet en de uitvoeringsbesluiten zijn de gemeenschappen bevoegd voor de samenwerking tussen de gemeenschappen onderling en voor de internationale samenwerking en kunnen ze voor de uitvoering van de hen toegewezen bevoegdheden ook verdragen afsluiten. Principieel geldt dat de Regering verantwoordelijk is voor deze betrekkingen (het voeren van onderhandelingen voor het tot stand komen van een verdrag). Niettemin neemt ook het Parlement een aantal belangrijke taken voor zijn rekening.
De verdragen
Het DG-Parlement moet de interne Belgische en internationale verdragen en overeenkomsten, die de Regering ter ratificatie voorlegt, goedkeuren. Daartoe behoren:
- overeenkomsten ter bevordering van de samenwerking tussen de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten van ons land (bijvoorbeeld op het vlak van tewerkstelling, dopingbestrijding, vertegenwoordiging op internationaal vlak enzomeer),
- internationale samenwerkingsakkoorden, bijvoorbeeld met de "Länder" van de Duitse Bondsstaat (grensoverschrijdende samenwerking met Noordrijn-Westfalen of Rijnland-Pfalz) of met Europese Staten, zo bijvoorbeeld met de Republiek Hongarije of de Republiek Frankrijk,
- Europese verdragen die de gemeenschapsbevoegdheden van de Duitstalige Gemeenschap raken, zoals bijvoorbeeld het verdrag over de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie, de Europese Grondwet of verdragen i.v.m de Associatie van niet-Europese landen,...),
- andere internationale overeenkomsten die betrekking hebben op de gemeenschapsbevoegdheden en werden uitgewerkt en ondertekend in het kader van verschillenden supranationale samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld verschillende overeenkomsten van de Verenigde Naties i.v.m. de rechten van het kind, het verbod op kinderhandel en prostitutie, de overeenkomst i.v.m. de internationale arbeidsorganisatie en de gelijke kansen op het werk...),
- samenwerkingsakkoorden over de oprichting van internationale instellingen (bijvoorbeeld de oprichting van de Euregio Maas-Rijn, het Europese Instituut voor Toerisme in Trier,...).
Gemengde Commissies
De commissie van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap die bevoegd is voor deze samenwerking treft zich in de regel één keer per jaar met de commissies voor samenwerking van de andere gemeenschapsparlementen (de verenigde commissies voor de samenwerking) om zich te informeren over de stand van zaken i.v.m. de samenwerking. Achteraf wordt het verslag van de commissie voorgelegd aan de plenaire vergadering van het Parlement.
De samenwerking met het Parlement van het Waals Gewest gebeurt via een gemengde commissie van de beide wetgevende instanties. Regelmatig overleg is heel belangrijk omdat zowel de regionale als ook de gemeenschappelijke bevoegdheden steeds weer impact hebben op het dagelijkse leven van de burger (zo moet bv. de Duitstalige Gemeenschap bij het vastleggen van zijn sociaal beleid rekening houden met de plannen voor sociale woningsbouw van het Waals Gewest, of kunnen bepaalde beslissingen i.v.m. het jachtbeleid van het Waalse Gewest in conflict komen met de toeristische belangen van de Duitstalige Gemeenschap).
Vertegenwoordigingen
De voorzitter van het Parlement vertegenwoordigt het Parlement op internationaal vlak. Volgens het Reglement vertegenwoordigt hij het Parlement naar buiten toe.
De voorzitter van het Parlement neemt elk jaar deel aan de vergaderingen van de Conferentie van de Europese Regionale Wetgevende Parlementen (CALRE). De CALRE is een conferentie van de voorzitters van de wetgevende deelstaatparlementen binnen de Europese Unie. In toepassing van het subsidiariteitsbeginsel gaat men er van uit dat de democratische controle over het Europese beleid begint in de gewesten en deelstaten. Daarom streeft de CALRE naar een sterkere inbreng van de regionale parlementen in het Europese beslissingsproces.
Het onderhouden van contacten
In het kader van zijn opdracht onderhoudt het DG-Parlement contacten met andere landen en hun parlementen. Daartoe behoren ondermeer de ontvangst van ambassadeurs en het bezoek aan parlementen in binnen- en buitenland. Deze taak wordt in principe waargenomen door de voorzitter en het Bureau.
|