Grafisch hoofd:

Hoofdmenu:
  • Parlement
  • DG
  • Service

Ondermenu:

DG


  • Home
  • Sitemap
  • Rechtelijke informatie
  • Contact

Inhoud:

De institutionele ontwikkeling


Instelling van de RDK op 13 oktober 1973,
vlnr. Eerste Raadspresident Johann Weynand en
Staatssecretaris Willy Schyns

De erkenning van het Duitstalige landsgedeelte als taalgebied en gemeenschap is een "bijproduct", maar ook een logisch gevolg van de ombouw van de Belgische centrale staat tot een federale staat. Zonder oplossingsmodel voor het Vlaams-Waals conflict dat de politieke cohesie van België geregeld heeft bedreigd en tot de ombouw van het land heeft geleid, zou een uitgebreide autonomie voor de Duitstalige Gemeenschap onwaarschijnlijk zijn geweest.

Contouren van een politieke autonomie

Door de 1962-1963 gestemde nieuwe wetgeving op het taalgebruik in bestuursaangelegenheden wordt het Duitse taalgebied opgericht. Daarmee is het territorium van de latere Duitstalige Gemeenschap afgebakend. De invoering van het territorialiteitsbeginsel in de wetgeving wordt een hoeksteen van de federalisering van de staat.

In de eerste staatshervorming 1968-1971 worden de contouren van de politieke zelfstandigheid zichtbaar. De toen noch zo geheten Duitse cultuurgemeenschap (door analogie met de benamingen "Franse cultuurgemeenschap" en "Nederlandse cultuurgemeenschap") krijgt een Raad. Deze is de voorloper van het huidige DG-Parlement; hij heeft echter maar verordenende bevoegdheid binnen de perken van de nationale cultuurwetgeving.

De autonomie schiet vaart

Door de tweede grote staatshervorming 1980-1983 gaan de autonomiestrevingen van de Duitstalige Gemeenschap sterk vooruit: een nieuw grondwetsartikel bepaalt dat de Gemeenschap decreetbevoegdheid in culturele en persoonsgebonden aangelegenheden evenals in de intercommunautaire en internationale betrekkingen krijgt. Bovendien kan zij voortaan – in overeenstemming met het Waalse Gewest – regionale bevoegdheden uitoefenen.

Sinds de toepassing van de tweede staatshervorming bepaalt de Raad zelf de executieve (regering) van de Duitstalige Gemeenschap. Daarvoor bestond de executieve uit leden van de nationale regering.

Op 31 december 1983 ondertekent de Koning de wet tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap. Daarmee treedt de naamwijziging, i.e. Gemeenschap in plaats van cultuurgemeenschap), in werking. Op 30 januari 1984 wordt de nieuw opgerichte Raad van de Duitstalige Gemeenschap (RDG) geïnstalleerd die op dezelfde dag de eerste gemeenschapsregering verkiest.

Door de derde staatshervorming 1988-1990 wordt de bevoegdheid inzake onderwijs overgedragen. Voor de Duitstalige Gemeenschap betekent dit niet alleen een enorme materiële uitdaging maar ook een verdrievoudiging van de financiële middelen die de federale staat haar toekent.

Consolidatie en uitbreiding

Sedert de jaren negentig wordt de erkenning van de Duitstalige Gemeenschap in België verankerd; haar bevoegdheden worden verdiept en vooral door de overname van regionale bevoegdheden uitgebreid.

Op 23 oktober 1991 krijgt de tekst van de Grondwet in de Duitse taal dezelfde officiële, rechtsgeldige status als de Franse en de Nederlandse tekst.

Door de vierde staatshervorming van 1993-1994 wordt het Belgisch parlementair systeem met twee gelijkwaardige Kamers vervangen door een gedifferentieerd systeem waarin de Kamer van volksvertegenwoordigers vooral de traditionele parlementaire taken (aannemen van de wetten en van de begroting, controle van de federale regering) op zich neemt en de Senaat in de eerste plaats een denkforum en een ontmoetingsplaats voor de deelstaten moet zijn. Sinds de verkiezingen van 1995 stuurt de Raad van de Duitstalige Gemeenschap een lid naar de Senaat.

De autonomie van de DG wordt gedurende die periode verder uitgebreid:

  • Door de wet van 16 juli 1993 worden de bevoegdheden van de Duitstalige Gemeenschap inzake de organieke wetgeving op de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn vergroot. Bovendien wordt het financieringsstelsel van de Duitstalige Gemeenschap aangepast.
  • Het Duitse taalgebied vormt een eigen kiesdistrict voor de Europese verkiezingen.
  • Sinds 1 januari 1994 is de Duitstalige Gemeenschap voor de eerste keer bevoegd voor de uitoefening van regionale bevoegdheden, met name in de monumenten- en landschapszorg (behalve uitgravingen). Andere regionale bevoegdheden komen er in 2000 (tewerkstellingsbeleid) en in 2005 (toezicht op en financiering van de gemeenten) bij.

Op 20 mei 1997 wordt in artikel 130 van de Grondwet een punt 5 ingevoegd die bepaalt dat de Raad van de Duitstalige Gemeenschap in de toekomst het taalgebruik in het onderwijs per decreet regelt.

Door de vijfde staatshervorming van 2001 ontvangen de Gemeenschappen grotere financiële middelen van de federale staat (de zogenoemde "herfinanciering").

Zoals de andere Gemeenschappen kan de Duitstalige Gemeenschap voortaan een eigen regeling voor de controle van de verkiezingsuitgaven, de regeringsmededelingen en de bijkomende partijenfinanciering uitwerken.

Een andere bepaling werd in deze voorlopig laatste staatshervorming ingevoegd: de Regering van de Duitstalige Gemeenschap kan voortaan drie tot vijf (tot nu toe precies drie) leden en minstens één vrouw respectief één man omvatten.

Na een wijziging van de Belgische Grondwet op 9 juli 2004 krijgen de bestaande Gewest- en Gemeenschapsraden officieel de benaming "Parlementen".

Sinds 1 januari 2005 oefent de Duitstalige Gemeenschap een bijkomende belangrijke regionale bevoegdheid uit: het toezicht op en de financiering van de gemeenten.


Artikel drukken Artikel zenden
naar boven



Aanvullende functies en informatie:


© Parlement van de DG 2012   |  Rechtelijke informatie   |   info@dgparlament.be