Oprichting van de Belgische Staat in 1830
Na het Congres van Wenen in 1815 vormt het gebied van het huidige België (behalve Eupen-Malmedy en Neutraal-Moresnet) samen met het huidige Nederland en Groothertogdom Luxemburg het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden. Deze staatsconstructie moet, zo zien het de Europese grootmachten, als bufferstaat tussen Duitsland en Frankrijk fungeren.
Maar deze constructie bevat ook conflictstof:
- Het noordelijke deel van de Nederlanden is overwegend protestants, terwijl het zuiden (het huidige België) rooms-katholiek is. De katholieken zien hun invloed in de Nederlanden tanen (een voorbeeld op het vlak van onderwijs: de stichting van de [lees: niet-katholieke] Rijksuniversiteit van Luik).
- De Nederlandse Koning Willem I is een verlicht despoot. Zijn bestuursaanpak is autoritair, en burgerlijke vrijheden worden aan banden gelegd. De rijke burgerij in het zuiden, daarentegen, laat zich liever inspireren door de vrijheidsidealen van de Franse Revolutie.
De ideologische stromingen van katholicisme en liberalisme zoeken toenadering. Zo breekt in de septemberdagen van 1830 in Brussel een opstand uit tegen de Koning der Nederlanden, en de brand van de revolutie slaat al snel naar andere steden uit.
Op 4 oktober 1830 roept een voorlopige regering de onafhankelijkheid van de Belgische Provincies uit. Die onafhankelijkheid wordt in de Conferentie van Londen op 26 december 1830 erkend. Zo ontstaat de constitutionele monarchie[1] België. Op 21 juli 1831 beëdigt het Nationaal Congres Leopold von Sachsen-Coburg-Gotha tot de eerste Belgische koning. [1] Constitutionele monarchie: monarchie die op een grondwet berust
|