Na de Eerste Wereldoorlog
In 1919 wordt het algemene stemrecht ingevoerd, zij het enkel voor mannen. Dit betekent voor de Vlaamse meerderheid uiteindelijk de politieke doorbraak in België.
In het Interbellum worden de twee landstalen officieel evenwaardig. Vanaf 1932, na goedkeuring van een nieuwe taalwet, geldt in België het principe van de eentaligheid in Vlaanderen en Wallonië. De taal van ieder gebied is dan de officiële taal in de administratie, scholen en rechtbanken van dat gebied. Gemeenten met meer dan 30 procent anderstaligen zijn officieel tweetalig.
|