De gemeenten
Het Duitse taalgebied omvat negen van de in totaal 589 gemeenten van België. De gemeenten vormen de kleinste bestuurlijke eenheden van het land.
Traditioneel beschikken de gemeenten over een grote autonomie waar zij vanouds aan vasthouden. Reeds onder het Frans Bewind (1794-1815) werden pogingen ondernomen om de macht van de lokale besturen meer te kanaliseren naar een centrale macht, maar ook toen al zonder al te veel succes.
 Stadshuis Eupen |
De gemeenten zijn o.a. bevoegd voor:
- handhaving van de openbare orde,
- de gemeentepolitie,
- de registers van burgerlijke stand en bevolking,
- het afleveren van bouwvergunningen,
- onderhoud van het gemeentelijk wegennet,
- initiatieven in de sectoren onderwijs, cultuur, sport, enz.
De Gemeenteraad (GR)
- is de parlementaire vergadering van de gemeente,
- wordt om de zes jaar verkozen. Kiesgerechtigd en verkiesbaar zijn Belgen en EU-burgers.
- mvat, naargelang van het aantal inwoners, tussen 7 en 55 leden,
- regelt alle materies die de gemeente aanbelangen (begroting, gemeentebelastingen, gemeente- en politieverordeningen …).
Het Gemeentecollege (GC)
- is het uitvoerende orgaan van de gemeente,
- wordt geleid door de burgemeester,
- is bevoegd voor het dagelijks bestuur van de gemeente,
- is belast met de uitvoering van de gemeenteraadsbesluiten.
De burgemeester
- De burgemeester wordt niet – zoals de schepenen – door de gemeenteraad gekozen, maar wordt benoemd door de Gewestregering. De gemeenteraad heeft evenwel een recht van voordracht.
- De burgemeester is de eerste burger van de gemeente. Hij zit het gemeentecollege en ook de gemeenteraad voor.
- Bovendien is hij belast met de uitvoering van de wetsnormen op federaal, gemeenschaps- en gewestniveau; hij is het hoofd van de plaatselijke politie en is bevoegd voor handhaving van de openbare orde.
|