De bevoegdheden van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap
Het Parlement vormt de wetgevende macht voor de Duitstalige Gemeenschap en zijn belangrijkste opdracht is het goedkeuren van decreten. Het Parlement schept het wettelijk kader voor alle aangelegenheden die de federale Staat heeft overgedragen aan de Gemeenschap. Deze decreterende macht van het DG-Parlement werd bovendien uitgebreid tot een aantal aangelegenheden die eigenlijk tot de bevoegdheid van het Waalse Parlement behoren.
De gemeenschapsbevoegdheden worden opgesomd in artikel 130 van de Grondwet:
- de culturele aangelegenheden,
- de persoonsgebonden aangelegenheden (familie, gezondheid, sociale aangelegenheden),
- de onderwijsaangelegenheden, weliswaar met de volgende uitzonderingen:
- het bepalen van het begin en het einde van de leerplicht, - de minimale voorwaarden voor het uitreiken van de schooldiploma’s, - de pensioenregeling voor het personeel in de onderwijssector,
- samenwerking tussen de gemeenschappen en internationale samenwerking, inclusief het recht om verdragen af te sluiten met betrekking tot de hierboven opgesomde gemeenschapsaangelegenheden,
- het taalgebruik in het onderwijs.
Artikel 139 van de Grondwet bepaalt dat het Parlement en de Regering bepaalde bevoegdheden van het Gewest kunnen uitoefenen, op voorwaarde dat deze eerst werden overgedragen door het Waalse Gewest aan de Duitstalige Gemeenschap.
Sinds 1994 werden zo reeds herhaaldelijk bevoegdheden overgedragen. Momenteel heeft de Duitstalige Gemeenschap decreterende macht voor de volgende regionale bevoegdheden:
- bescherming van monumenten en landschappen,
- tewerkstelling,
- toezicht op de gemeenten en gemeentefinanciering.
|